
We kennen hem allemaal als Tree, maar zijn echte voornaam is Tyrone. Die naam kreeg hij toen hij bijna 60 jaar geleden in New Orleans werd geboren.
Dit portret is gemaakt naar aanleiding van de foto die we onlangs op onze site plaatsten. De foto was natuurlijk van Tree, die met hele grote voorsprong de meeste stemmen kreeg bij onze poll. Hoewel er nog verschillende mensen waren die dachten dat het Carlo Brunink was!
De foto stamt uit de tijd dat Tree, 2.12 meter lang, in de jaren 1969 t/m 1971 speelde voor de collegeploeg van Loyola University New Orleans. In die tijd was Tree een geweldige collegespeler. Het bewijs: nog altijd wordt in New Orleans met ontzag gesproken over de avond dat hij 53 punten maakte tegen Virginia Commonwealth, maar zijn 49 punten tegen Murray State mogen er ook zijn.
In zijn laatste jaar bij Loyola maakte hij gemiddeld 24 punten per wedstrijd. Vanwege zijn goede prestaties en zijn onstuitbare hookshot trok hij dan ook de belangstelling van verschillende profploegen. In 1971 werd hij in de draft gekozen door de Cincinatti Royals uit de NBA en door de Denver Nuggets uit de ABA. Maar omdat de ploegen zijn ranke en slanke bouw niet geschikt vonden voor het zware werk in deze profcompetities koos hij voor een vervolg van zijn basketbalcarrière in Europa.
In het najaar van 1971 meldde hij zich in Haarlem bij Levi's Flamingo's waar hij twee jaar achter elkaar kampioen werd.
Daarna speelde hij in Nederland nog voor EBBC Den Bosch, Brutus Amstelveen, Boetiek Waterloo, BC Markt, Akrides en Canadians.
De meest fameuze wedstrijd van Tree was waarschijnlijk met Levi's op 3 februari 1972 in Spanje in de Europacup tegen Real Madrid. Marioneaux speelde fantastisch en heerste in de bucket. Hij scoorde, pakte alle rebounds, blockte schoten en had een groot aandeel in de 89-90 overwinning in het hol van de Spaanse kampioen. Het einde van de wedstrijd maakte hij echter niet mee omdat hij door zijn enkel klapte. Marioneaux:"Ik heb het nog geprobeerd, wilde graag doorspelen om het team te steunen, maar het ging echt niet. Mijn enkel. Hij was gebroken."
Na zijn carrière als speler ging Tree zich toeleggen op het trainen van kinderen, iets wat hem waarschijnlijk nog beter afgaat dan spelen. Tree lijkt geboren voor het onderwijs aan kinderen, die zichtbaar plezier hebben aan de trainingen die hij geeft. Van jong tot oud. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij met verschillende jongensteam van Mosquito's kampioen werd van Nederland.
Tree is jaren trainer geweest van Mosquito's en na een kort uitstapje naar Omniworld is hij dit jaar weer terug op het oude nest.
Tijd voor een gesprek.
Je bent weer terug in Amsterdam na een jaar bij Almere en bent bij de drie teams van het bolwerk actief als trainer. Hoe bevalt dat?
Tree: Dat gaat eigenlijk heel makkelijk. Ik geef maar één training aan een bolwerkteam. Verder ben ik in de Apollohal alleen maar bezig met teams van Lely en Mosquito's. Dat is heerlijk.
Je specialiteit is het trainen van kinderen. Hoe is dat zo gekomen?
Tree: It's very easy. I like children.
Wat wil je kinderen leren?
Tree: Natuurlijk wil ik ze alle vaardigheden leren die ze als basketballer nodig hebben. Dat is het uitgangspunt. Maar daarnaast wil ik ze ook iets meegeven waar ze de rest van hun leven iets aan hebben. Ik wil dat ze een goede, positieve instelling krijgen. Ik wil ze laten zien hoe sterk ze zijn, maar ook moeten ze doorhebben wat hun zwakheden zijn. Daar moeten ze aan werken. Ze moeten met hun medespelers in het team leren omgaan of ze nu willen of niet.
Dat kan ik ze leren tijdens trainingen en wedstrijden en ik ben er van overtuigd dat ze daar in de rest van hun leven ook wat aan hebben.
Je traint nu voor het eerst ook een meisjesteam. Hoe is dat?
Tree: Ik heb altijd gezegd dat ik absoluut geen meisjes zou willen trainen. Het leek me verschrikkelijk! Maar nu ik het doe, vind ik het geweldig. Ik leer er zelf iedere dag weer iets van. Weet je wat het is? Meisjes of jongens trainen is een wereld van verschil. Bij jongens wist ik hoe dat moest. Jongens moet je telkens op hun fouten wijzen, keer op keer. Je moet in hun hoofd komen, ze moeten bewijzen dat ze beter zijn dan een ander.
Bij meisjes werkt dat niet. Mijn aanpak moet veel socialer zijn, het werkt beter als ik ze positief benader. Ik heb traantjes gezien op de training, dat had ik nog nooit gezien. Nu weet ik hoe ik er mee moet omgaan en dat maakt me een betere trainer.
Ik heb ook pepernoten ingepakt met de meisjes voor het Sinterklaasfeest. Geweldig, dat was enorm gezellig. Dat heb ik met een jongensteam nog nooit gedaan!
Hoe is de kwaliteit van het basketbal in Nederland?
Tree: Er is talent genoeg in Nederland, maar ik vraag me af of basketbal ooit een grote sport zal worden in Nederland. Kan de sport hier nog groeien? Ik zie mogelijkheden maar als ik kijk naar de belangstelling in de pers en op televisie dan is het maar een kleine sport. Waarschijnlijk is dat terecht want ook de wedstrijden worden door weinig mensen bezocht. In de eredivisie van de mannen valt het nog mee, maar bij de dameseredivisie en de topwedstrijden van de jeugd zie je alleen maar wat familie en bekenden. Dat is basketbal in Nederland.
Wat is je basketbalfilosofie?
Tree: Ik wil de kinderen laten zien dat iedereen gelijk is, goede basketballers en minder goede basketballers. Ze moeten samen presteren want anders winnen ze niet. Alleen win je niet van vijf andere spelers. Soms slaag ik er in dat over te brengen, vaak ook niet. Maar je kunt het leren, daar ben ik van overtuigd. Daarom ga ik ook door. Als het lukt om dat over te brengen dan komt het misschien nog goed. Niet alleen in het basketbal, maar ook in het leven daarna.